De Nederlandse VOC-mentaliteit. Cultuurbeleid als business model

Interior of the Tropical Museum (Tropenmuseum) in Amsterdam. Courtesy: Karel Kulhavy.

Als reactie op de kritiek van de Nederlandse oppositie op het economische beleid in 2006 riep toenmalig Minister-president Jan-Peter Balkenende op tot een terugkeer naar de "VOC-mentaliteit". Hij verwees daarmee naar de 'oer-Hollandse' handelsgeest en ondernemingszin van de Vereenigde Oostindische Compagnie (1602 - 1798/1799) - de eerste multinational ter wereld. Een lading kritiek viel hem ten deel, omdat aan deze romantiek van de Hollandse Gouden Eeuw een inherente geschiedenis van geweld, slavernij en kolonisatie kleeft. De premier benadrukte achteraf dat hij het "daar helemaal niet over had willen hebben." Hij leek hiermee niet te begrijpen dat het juist deze selectieve benadering van de vaderlandse geschiedenis was, die critici tegen de borst stuitte.

De VOC-mentaliteit als kenmerk van de selectieve historische blik op de Hollandse Gouden Eeuw is al jaren tekenend voor het Nederlandse cultuurbeleid. De overheid greep de economische crisis die in 2008 uitbrak aan om ingrijpend te bezuinigen op de culturele sector, waarbij er zodanig diep gesneden werd in subsidieverstrekkingen dat critici sindsdien spreken van een 'culturele kaalslag'. Hoewel praktisch de gehele culturele sector hier onder te lijden heeft, lijken een aantal instellingen, waaronder het Wereldmuseum (Rotterdam), het Tropenmuseum en het Scheepvaartmuseum (beide te Amsterdam) onevenredig hard door de politiek te zijn benadeeld. Het is opmerkelijk dat dit musea zijn die koloniale collecties in hun beheer hebben. De onderbouwing voor deze bezuiniging is schijnbaar van een 'neutrale' economische redenering. Het 'succes' van musea wordt bepaald op grond van het aantal bezoekersaantallen. Aangezien kritische reflectie op het koloniaal verleden geen blockbuster oplevert, vallen deze musea buiten de boot. De economische crisis lijkt hiermee te worden ingezet als legitimatie voor een ideologische koersverandering in nationale culturele instellingen. De felle bezuinigingen, verbloemd met de acute vraag naar cultureel ondernemerschap en financiële zelfredzaamheid, lijken sterk in verband te staan met een hernieuwde drang tot definiëring van de Nederlandse identiteit en vertonen tekenen van moedwillig nationaal geheugenverlies, of op zijn minst een verontrustende onverschilligheid jegens een aantal zwarte bladzijdes uit de vaderlandse geschiedenis.

In 1999 had het kabinet nog besloten een 'millenniumgift' van 100 miljoen gulden uit te trekken voor een grondige renovatie van het Rijksmuseum: een politiek gebaar dat de Nederlandse bevolking ook in het nieuwe millennium "een vooraanstaand museum van internationale allure" gunde1. In 2003 ging het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) nog uit van een budget van 272,5 miljoen euro: in 2009 bleek dat men hier nog eens met bijna 100 miljoen overheen zou gaan. Maar men vond dit het allemaal waard – in 2013 werd het Nieuwe Rijksmuseum door Koningin Beatrix met veel grandeur geopend. Intussen was de economische crisis echter al in volle gang en had het kabinet in 2010 flinke bezuinigingen aangekondigd, waarbij de culturele sector, proportioneel gezien, zwaarder is getroffen dan andere sectoren. Zo maakte het kabinet bekend dat de subsidie aan het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) van 20 miljoen eind 2012 zou worden stopgezet. Dit voormalig Koloniaal Instituut was sinds de Indonesische onafhankelijkheid van 1950 een geprivatiseerd medisch en ontwikkelings-economisch kennisinstituut op het gebied van de Tropen, dat tevens het Tropenmuseum, een theater en een bibliotheek herbergde. Ondanks het feit dat het KIT een rijke koloniale collectie en belangrijke institutionele geschiedenis bezit, werd dit zonder pardon met sluiting bedreigd. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken, dat de subsidie verstrekte, vond dat het niet kon verantwoorden dat ontwikkelingsgeld werd uitgegeven aan een museum. Het kabinet verklaarde het Tropenmuseum alleen te willen redden als het zou fuseren met twee andere volkenkundige musea - het Rijksmuseum voor Volkenkunde en het Afrika-museum – waarmee het tevens per direct aan de eigen inkomstennorm zou moeten voldoen en waarbij samengevoegd management moest leiden tot efficiency. Het belang van het behoud van een enorme collectie aan cultureel erfgoed uit een koloniaal verleden leek daarbij geen onderdeel van de discussie te zijn. Bovendien maakte het kabinet over het Tropentheater, maar bovenal ook aan de gerenommeerde collectie van de Tropenbibliotheek, geen enkel woord vuil: wat niet door derden zou worden overgenomen, zou vernietigd worden. 2 Het wijst op het ontbreken van een integraal kabinetsbeleid, blijkend uit het feit dat het behoud van erfgoed een zorg van het Tropenmuseum zelf werd, in plaats van de overheid.

Terwijl er vanuit de museale sector ontzet werd gereageerd, liet de nationaal-populistische Partij voor de Vrijheid (PVV) weten in te kunnen stemmen met de sluiting van het Tropenmuseum. De PVV, die niet meeregeerde, maar op dat moment als gedoogpartner een minderheidskabinet van de conservatief-liberale Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) en het Christen-Democratisch Appèl (CDA) ondersteunde, had zich al vaker vanaf de zijlijn laten kenmerken door haar opzienbarende populistische uitspraken. Dit keer meende de partij dat het Tropenmuseum haar bezoekers slechts een schuldgevoel bezorgde door "westerse zelfhaat" te verkondigen. 3, Staatssecretaris van Cultuur Halbe Zijlstra van de VVD, die de cultuurbezuiniging uitvoerde, had daarentegen simpelweg verklaard geen verstand te hebben van kunst: "Als je zo veel moet bezuinigen, is dat eerder een voordeel dan een nadeel. Je moet afstand kunnen houden. We willen een grote reorganisatie van de culturele sector, een cultuuromslag in de cultuur, en dat vereist dat je neutraal naar zaken kunt kijken." 4 Neutraliteit betekende dat iedere culturele instelling minimaal 17,5 % aan eigen inkomsten moest verwerven om vanaf 2013 aanspraak te kunnen maken op subsidie. Het advies van de Raad van Cultuur, het officiële adviesorgaan van de regering op het gebied van kunst, cultuur en media, om de overgangstermijn van het cultuurbeleid iets op te rekken en zo instellingen ondanks de fikse bezuinigingen iets meer de kans te geven om alternatieve exploitatievormen te vinden, sloeg Zijlstra in de wind. Daarmee lijkt de culturele kaalslag waar de Raad van Cultuur voor waarschuwde, niet een risico maar het doel te zijn geweest van het kabinet 5.

Ideologisch gezien lijkt de selectiviteit in welk cultureel erfgoed wel of niet het ondersteunen waard is, geïmplementeerd te worden door de ideeën van de PVV. Deze radicale partij heeft een selectieve kijk op cultuur: het presenteert de autochtone bevolking als een door immigranten bedreigde minderheid, wiens "authentieke wortels" kostte wat het kost beschermd moeten worden6. Zo hechtte de PVV in haar programma van 2012 bijzondere waarde aan het in stand houden van lokale tradities; kunst en multiculturalisme daarentegen worden afgedaan als "linkse hobby's" 7. Maar het was het kabinet Rutte I (onder leiding van de VVD met Minister-president Mark Rutte) zelf die via haar minister van Binnenlandse Zaken Piet Hein Donner in 2011 met de nota 'Integratie, binding, burgerschap' verklaarde dat het multiculturalisme had gefaald. Culturele diversiteit zou "voornamelijk tot verdeeldheid en op zijn best tot welwillende wederzijdse veronachtzaming hebben geleid", aldus Donner8. Met deze consensus tussen kabinet Rutte I en de PVV als gedoogpartij, blijkt de minimaal geformuleerde mededeling in Zijlstra's uiteenzetting van de cultuurbezuinigingen dat "de nieuwe basisinfrastructuur geen ruimte meer zal bieden voor ontwikkelinstellingen op het gebied van culturele diversiteit" afdoende om de stekker uit instellingen te trekken die zich juist op dit vlak profileerden – zoals de volkenkundige musea9.

Praktisch gezien lijkt echter vooral het rendementsdenken van de VVD bepalend te zijn voor het selectieve cultuurbeleid. In 2000 was het etnografische Wereldmuseum in Rotterdam door de ingrijpende verbouwing van haar pand en sterk teruglopende bezoekersaantallen op het randje van faillissement komen te staan. Nog voordat de economische crisis een rol begon te spelen, besloot Ivo Opstelten, toenmalig burgemeester van Rotterdam (VVD), het roer om te gooien met de aanstelling van cultureel ondernemer Stanley Bremer. Hij kreeg vrij spel in de creatie van een ondernemend beleid, wat het museum weer succesvol moest maken, maar vooral onafhankelijk van subsidie. Naast stevige commerciële maatregelen zoals het in huis halen van een sterrenrestaurant en zaalverhuur, werd ook, toen de inkomsten uitbleven, al snel het gehele conservatorenteam ontslagen, en kwam de radicale museumdirecteur na aanhoudend slecht resultaat in 2011 op het idee om een deel van de collectie in de verkoop te doen. Indruisend tegen alle museale codes, werd deze omstreden stap pas door de gemeente voorkomen na verhitte discussies in de media10. Ondanks extreme vercommercialisering is het Wereldmuseum nagenoeg failliet, en heeft het haar museale taak in allerlei opzichten ernstig ondermijnd. En ondanks herhaaldelijke signalen van misstanden, trok de gemeente – eigenaar van de collectie – haar handen er vanaf.

In tegenstelling tot het Wereldmuseum, leek het Scheepvaartmuseum juist geslaagd te zijn in het vinden van een balans tussen educatie en entertainment - en om daarmee minder subsidie-afhankelijk te zijn. Ook dit museum had vrij radicaal ingezet op cultureel ondernemerschap. De verhuur van de recentelijk overkapte binnenplaats van haar museumgebouw moet de museale zaken financieren, en de museale presentatie transformeerde van stoffige vitrines tot een multimediale opstelling met een hoog experience-gehalte. Terwijl de Raad voor Cultuur zorgen uitte over de balans tussen de museale taak en de zakelijke ambities, wees zij in hetzelfde document het museum geen wetenschappelijke functie toe, en werden de subsidies voor onderzoek - die deze balans tot dat moment juist hadden gewaarborgd - door het ministerie stopgezet. In een volgende stap werd ook de algemene overheidsbijdrage verlaagd. Ondanks eerdere lof, voelde de museumdirectie zich door een ernstig tekort op haar begroting genoodzaakt om elf medewerkers te ontslaan, waaronder een conservator en de hoofdconservator van het wetenschappelijk programma. De ontslagaanvraag is ternauwernood afgewezen, maar de situatie wijst op een politieke desinteresse voor het inhoudelijke programma van het museum, dat zowel de glorie van de overzeese handel als ook de inherente keerzijde van slavenhandel probeerde aan te kaarten. Door wetenschappelijke functies slechts aan een kleine selectie instellingen toe te wijzen, ondermijnt het kabinet de educatieve taak van musea. Met name de VVD lijkt de culturele sector primair te oormerken als een vrijetijdsindustrie, waarvan het bestaansrecht wordt gemeten op basis van het aantal bezoekers dat het genereert. Hiermee staat het uitgangspunt van financiële zelfredzaamheid en economisch gewin van musea boven historische waarde en belang. Kortom, cultuur moet Nederland iets kunnen opleveren. Halbe Zijlstra's nieuwe cultuurbeleid op internationaal gebied wijst primair op het benutten van kunst en cultuur voor buitenlandse betrekkingen, waarbij letterlijk geformuleerd wordt dat het bij moet dragen aan een positief beeld van Nederland, door verbanden tussen cultuur, handel en economie te benadrukken11 . De Hollandse Meesters uit de Gouden Eeuw worden hierbij als voorbeeld aangedragen. Zo heeft de heropening van het Rijksmuseum ervoor gezorgd dat de Hollandse Gouden Eeuw de overhand kon nemen op het hardnekkige, 'foute' imago van Amsterdam als de stad van De Wallen en coffeeshops. Het kabinet profileert de nationale cultuur liever op historische figuren als Rembrandt, Vincent van Gogh, maar bijvoorbeeld ook Anne Frank. Het zijn vaandeldragers van musea die al jaren gegarandeerde stromen toeristen aantrekken. Cultureel toerisme en de marketing van een Nederlandse identiteit moet niet alleen het buitenland aanspreken, maar moet ook op nationaal niveau een collectief gevoel van authentieke culturele identiteit genereren. Het creëren van een maatschappelijk draagvlak voor een selectieve variant van de vaderlandse geschiedenis blijkt ook uit de subsidieverstrekking voor nationale herdenkingen: de herinnering aan de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog wordt met een structureel bedrag van 4,5 miljoen per jaar levend gehouden, terwijl er voor de organisatie van de slavernijherdenking door het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis (NiNsee) ieder jaar opnieuw een subsidieaanvraag moet worden ingediend en het telkens een kwestie van afwachten is of het gehonoreerd gaat worden12.

Het koloniale verleden lijkt simpelweg geen mentale ruimte te krijgen in het Nederlandse publieke domein. Toch vertoonde de politiek tot voor kort wel degelijk interesse in het vaderlandse verleden en het belang van historisch besef onder haar burgers. In 2006 kwamen de politici Jan Marijnissen (SP) en Maxime Verhaegen (CDA) met het idee om een Nationaal Historisch Museum (NHM) op te richten, dat moest bijdragen aan de kennis van de nationale geschiedenis en de versterking van de nationale identiteit. In Groot-Brittannië opperde Lord Kenneth Baker in 2007 een soortgelijk initiatief voor de oprichting van een museum voor 'Britishness', dat zich niet alleen zou richten op het narratief van de Britse geschiedenis, maar bovenal een lofzang op de Britse normen en waarden zou zijn13. Zowel in Nederland als in Groot-Brittannië uitten met name historici en museum professionals zich kritisch over het idee van een canonvertelling, als ook het risico dat het museum als propagandamiddel zou worden ingezet, daar het om een politiek geïnitieerd project ging14. Waar het Engelse initiatief niet van de grond kwam, werd er in Nederland wel degelijk een directie aangesteld en een geschikte locatie gezocht. Het ambitieuze project sneuvelde alsnog onder de harde bezuinigingsmaatregelingen van staatssecretaris Halbe Zijlstra in 2011, die vond dat hij een nieuw museum niet kon verantwoorden tegenover het korten van bestaande musea, die tenslotte ook al initiatieven ontplooiden om de Nederlandse geschiedenis te presenteren15. Hoewel het NHM mogelijk een consistentere plek had gecreëerd voor het koloniale verleden, lijken zowel het Britse als het Nederlandse initiatief vooral voort te komen vanuit het idee van het falen van het multiculturalisme, aanhoudende discussies over de inburgering van immigranten, globalisering en een groeiende post-9/11 islamofobie binnen de samenleving. Het willen definiëren van een nationale identiteit lijkt daarmee niet te wijzen op een moment van maatschappelijke zelfreflectie, maar vertoont vooral nostalgische trekken.

Het Rijksmuseum was tegen de komst van het NHM, daar het meende de rol van nationaal historisch museum vanaf haar heropening weer te zullen vervullen, door middel van een gemengde opstelling van kunst en historische objecten die een chronologische vertelling van de Nederlandse geschiedenis zou bieden. Dit narratief blijkt echter sterk gestoeld te zijn op de glorieuze kant van de vaderlandse geschiedenis16. De vanuit het kabinet vereiste fusering van het Tropenmuseum met het Rijksmuseum voor Volkenkunde en het Afrika-museum had bedacht kunnen zijn als een tegenwicht om in aanvulling op het Rijksmuseum het Nederlandse koloniale verleden en historische relaties met 'de Ander' duidelijker onder de aandacht te brengen. Waar België op dit moment 75 miljoen euro heeft uitgetrokken voor een grondige vernieuwing van het koloniale Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren, om volgens haar museumdirecteur Guido Gryseels "in het reine te komen met haar verleden"17, valt uit de Nederlandse politieke motieven geenszins eenzelfde gedachte op te maken: er is alleen aangestuurd op een bundeling van deze volkenkundige instellingen in de hoop geld te besparen.

Het wijst daarmee niet op een sterk rendementsdenken, maar ook een collectief gebrek aan erkenning voor Nederlandse politieke daden uit het verleden. Waar Duitsland dit jaar voor het eerst de massaslachting die het tussen 1904 en 1908 aanrichtte in de voormalige Duitse kolonie van Namibië officieel erkent als een genocide18, noemt Nederland het geweld dat het heeft toegepast tijdens de zogeheten Politionele Acties in Nederlands-Indië (hedendaags Indonesië) nog altijd 'excessen'19. Uit het promotieonderzoek van de Zwitsers-Nederlandse historicus Rémy Limpach is onlangs gebleken dat het extreme geweld wel degelijk structureel was20. Ook voor het slavernijverleden heeft Nederland nooit officieel excuus aangeboden. In een onlangs verschenen adviesrapport van de VN-commissie voor de bestrijding van rassendiscriminatie worden o.a. zorgen geuit of het gebrekkige historische besef binnen de Nederlandse samenleving over het slavernij- en koloniale verleden, dat stigmatisering van bepaalde minderheden in de hand zou werken. Verschillende aanbevelingen van de VN-commissie zijn expliciet gericht tegen de in haar ogen te ontspannen houding van de landelijke overheid ten aanzien van het antidiscriminatiebeleid21.

Desalniettemin is de Nederlandse omgang met het koloniale verleden niet radicaal anders dan die van andere Europese voormalige koloniale mogendheden. In Groot-Brittannië sneuvelde het British Empire and Commonwealth Museum in Bristol, nadat het ondanks verschillende succesvolle tentoonstellingen, publicaties en awards niet genoeg bezoekers kon genereren. Het museum wijdde zich aan de geschiedenis van het Britse imperialisme en de effecten van de Britse koloniale overheersing. In tegenstelling tot veel nationale musea in Groot-Brittannië opereerde het museum niet op publieke gelden, maar vanuit een liefdadigheidsinstelling. Eind 2007 gaf het museum aan te zullen verhuizen naar Londen. In 2011 bleek echter dat er verschillende museale objecten ongeoorloofd waren verkocht en zodoende kwijt waren, waaronder ook vele bruiklenen. In 2012 gaf het museum aan niet meer te zullen heropenen en schonk het haar collectie aan de stad Bristol, waarmee het enige museum dat zich expliciet wijdde aan de Britse koloniale geschiedenis verdween22. In Frankrijk werden juist de koloniale collecties ingezet als Grand Projet van toenmalig president Jacques Chirac: hij liet er een splinternieuw museumgebouw voor neerzetten, het Musée du Quai Branly - met trots gesitueerd op een steenworp afstand van de Eiffeltoren. Hoewel onderzoek een prominente plek heeft in deze instelling, zijn er ook een aantal kritische punten te maken. Voor de realisatie van het project ontnam de Franse regering in 2003 het Musée de l'Homme en het Musée National des Arts d'Afrique et d'Oceanie zonder pardon hun collecties, om dit vervolgens te presenteren als arts primitifs. Ondanks protest van conservatoren en wetenschappers, werden de contexten van koloniale geschiedenis en antropologie hier letterlijk weggedrukt in de marges van het museum: niets mag de esthetische beleving van het object in de weg staan23. Ook hier blijkt een commerciële VOC-mentaliteit van 'innemen en uitbuiten' boven historisch besef uit te stijgen.

Relevante link: http://photoclec.dmu.ac.uk

Opening of the Colonial Institute in Amsterdam. Courtesy: Tropenmuseum, part of the National Museum of World Cultures.

1 — Alberts, Jaco. 'Hoogmoed en gekibbel', Nrc.nl, 6 juli 2007. Laatst bezocht op 15 september 2015.

2 — Hof, Sjon van 't. 'Is de 'redding' van de Tropenbibliotheek gerechtvaardigd?' Joop.nl, 4 november 2013. Laatst bezocht op 15 september 2015.

4 — Bockma, Harmen. 'Halbe Zijlstra: Er zit pijn in de bezuinigingen, dat klopt' Volkskrant.nl, 11 juni 2011. Laatst bezocht op 15 september 2015 .

5 — Raad van Cultuur. 'Noodgedwongen keuzen. Advies bezuinigingen cultuur 2013-2016.' Cultuur.nl, 29 april 2011. Laatst bezocht op 15 september 2015.

6 — Sanders, Stephan. ' Crisis van links: wij zijn nu allemaal een minderheid' Nrc.nl, 16 mei 2015. Laatst bezocht op 15 september 2015.

7 — PVV. 'Hún Brussel, óns Nederland. Verkiezingsprogramma 2012-2017' Pvv.nl, juli 2012: p. 43. Laatst bezocht op 15 september 2015 .

8 — Donner, P.H. Integratienota 'Integratie, binding, burgerschap'. Rijksoverheid.nl. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 16 juni 2011: p. 1. Laatst bezocht op 15 september 2015 .

9 — Zijlstra, H. 'Meer dan kwaliteit: een nieuwe visie op cultuurbeleid.' Rijksoverheid.nl. Ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap, 10 juni 2011: p. 32. Laatste bezoek op 14 september 2015.

10 — Uit een in april dit jaar verschenen onafhankelijk onderzoeksrapport is onder andere gebleken dat de eigen collectie een ondergeschikte rol is gaan spelen in het museum, er geen wetenschappelijk onderzoek gedaan wordt, de educatieve activiteiten zijn geschrapt en er ernstige schade is toegebracht aan topstukken door ze op te stellen in het restaurant. Ook zijn er vermoedelijk objecten verkocht ter financiering van commerciële toevoegingen aan het museum. Rengers, Merijn; Claudia Kammer. 'Vernietigend rapport over chaos bij verzelfstandigd Wereldmuseum' Nrc.nl, 15 april 2015. Laatst bezocht op 15 september 2015.
 Rengers, Merijn; Claudia Kammer. 'De ondernemer en het Wereldmuseum: reconstructie Wereldmuseum.' Nrc.nl, 16 april 2015. Laatst bezocht op 15 september 2015, . Kammer, Claudia. 'Wereldmuseum in grote financiële problemen' Nrc.nl, 14 april 2015. Laatst bezocht op 15 september 2015 .

An installation shot of a slavery-exhibition in the Scheepvaartmuseum. The Black Page, The National Maritime Museum, lighting design. Courtesy: Rapenburg Plaza.

11 — Zijlstra, H. 'Meer dan kwaliteit: een nieuwe visie op cultuurbeleid.' Rijksoverheid.nl. Ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap, 10 juni 2011: p. 5-6. Laatste bezoek op 14 september 2015 .

12 — Röling, David; Anouk Eigenraam; Nienke Venema. 'Frustrerend dat slavernijherdenkers telkens om subsidie moeten bedelen' Nrc.nl, 20 maart 2015. Laatst bezocht op 15 september 2015.

13 — Hope, Christopher. 'A museum of Britishness would show all that is great about Blighty' Telegraph.co.uk, 14 december 2007. Laatst bezocht op 15 september 2015.

14 — Zie bijvoorbeeld Hunt, Tristam. 'A museum of back-slapping will belittle our island story' TheGuardian.com, 15 januari 2008. Laatst bezocht op 15 september 2015 .

15 — Zijlstra, H. 'Meer dan kwaliteit: een nieuwe visie op cultuurbeleid.' Rijksoverheid.nl. Ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap, 10 juni 2011: p. 22. Laatste bezoek op 14 september 2015.

16 — Bloembergen, Marieke; Henk Schulte Nordholt; Martijn Eickhoff. 'Opinie: Koloniale nostalgie in Rijksmuseum' Niod.knaw.nl (NIOD Instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies), 21 juni 2013. Laatst bezocht op 15 september 2015.

17 — Vervaeke, Leen. 'Tropenzolder' Volkskrant.nl, 1 november 2013. Laatst bezocht op 15 september 2015.

18 — Pondaag, Jeffry; Tineke Bennema. 'Nederland moet voorbeeld nemen aan Duitsland' Joop.nl, 30 juli 2015. Laatst bezocht op 15 september 2015.
Schlömer, Frank. 'Duitsland noemt Herero-bloedbad voor het eerst 'genocide'' Mo.be, 11 augustus 2015. Laatst bezocht op 15 september 2015.

19 — Met de term 'politionele acties' wordt gedoeld op een tweetal offensieve operaties van de Nederlandse strijdkrachten tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog. Deze operaties vonden plaats op de eilanden Java en Sumatra in de periode 21 juli tot 5 augustus 1947 (eerste actie) en 19 december 1948 tot 5 januari 1949 (tweede actie). De politionele acties worden meer recent ook wel aangeduid als de 'Nederlands-Indonesische Oorlogen'. In Indonesië staan de twee politionele acties bekend als Agresi Militer Belanda ('Nederlandse Militaire Agressies').

20 — Hoek, Anne-Lot. 'Geweld Indië was structureel (1945-1950)' Nrc.nl, 14 augustus 2015. Laatst bezocht op 15 september 2015.

21 — Committee on the Elimination of Racial Discrimination (CERD). VN-rapport: 'Concluding observations on the nineteenth to twenty-first periodic reports of the Netherlands' NRC, 28 augustus 2015. Laatst bezocht op 15 september 2015.

22 — Morris, Steven. 'Row erupts over British empire museum's 'lost' artefacts' TheGuardian.com, 10 december 2012. Laatst bezocht op 15 september 2015.

23 — Clifford, James. 'Quai Branly in Process' in
 October, Vol. 120 (Spring, 2007), pp. 3-23

Posted 23 Sep 2015
comments powered by Disqus